CATEGORIE +18

Ingezonden gedichten:

 

Kabelverbinding 

klik hier 

 

De zin van dit alles

Betekenis ligt niet voor het oprapen
midden in de kolkende rivier
legt de kunstenaar zijn onbeholpen ei
op de onberekenbare oever
in de ban van onsterfelijkheid
schrijft hij ondraaglijke partita’s
triolen als wespensteken
in het willoze vlees van mijn herinnering
hij bevrijdt zijn Medusa uit de rotsen
trekt nieuwe lijnen rond de schepping
polijst alles wat ruw is
verbetert de lompe gang van de mensheid
hij doet wat hij kan
om de wereld begaanbaar te maken
een tragische routekaart door de chaos
want hij weet dat wij er verder niet toe doen
zoals een kind zich vastklampt aan Sneeuw Witje
moet de wereld iets met ons te maken hebben
schoonheid houdt het alomtegenwoordige Niets
vermomd als Zijn
op een ongepaste afstand
naïef, moedig en egomaan
want ook de kunstenaar weet
dat de vederlichte wolk boven Auschwitz
getekend door Kollwitz
niemand kon redden

De tsunamiduiven 

Veilig in hun ruime
Warme droge hok
Bescherming tegen kou
En tegen noordenwind
Tegen regenvlagen
Maar ook tegen hete
Felle zonnestralen
Veilig voor de ratten
Veilig voor de katten
Rovers die  zo gretig
jonge duifjes lusten
Kan een jonge duif
Een beter leven wensen?

Zelfs aan ’t starten van de
Wagens op de parking
Boven achter ’t hok
Geraakten zij  gewend
Ja, wat een luizenleven
Voor  twee duivenwezen 

Zoekend naar locaties
Vond de woningbouw
De laag gelegen goeie
Kope weidegrond
Die echter ied’re winter
Onder water stond 
Koeien zet je ’s winters
Warm en droog op stal
Maar met een wijk vol huizen
Is dat toch een ietsje
Moeilijk het geval

Dus werd er opgehoogd
En ook een pomp geplaatst
En woningbouw verzekert
‘t risico is nul
Bewoners  kunnen op
Hun beide oren slapen
U heeft geen probleem
Want zelfs indien de pomp
Blokkeert houdt u uw voeten
Droog want  water stroomt
Zoals u weet nog steeds
Omlaag naar ‘t laagste punt 

De kopers werden zo
Geheel gerustgesteld
Maar voor de achtertuinen
Van de oude huizen
Naast de nieuwe wijk
was dit een onafwendbaar
gruw’lijk  ramprecept

Toen sloeg het noodweer toe
De regen viel met bakken
Uit de groene lucht
De bliksemschichten flitsten
Felle knipperlichten
In een discotheek
En hagelbollen joegen
Ieder  op de vlucht 

Toen begaf de pomp
Een muur van modderwater
Stortte naar bene’
en maakte van het ooit
zo veilig duivenhok
een instant duivengraf 

Panta rhei  en alles
Gaat en stroomt voorbij
En ons zo vér gewaand
Verleden komt ineens weer
Ak’lig dicht bij ‘t heden

Ze hadden dit nochtans
Op voorhand  kunnen weten
Want de naam van dit
Gebied is niet voor niets
Al eeuwenlang de Vliet

Of hadden zij de kaart
Van Ferraris bekeken
Ook dan hadden zij dit
Vooraf al geweten 

Want bouwen in de bedding
van een ouwe vliet
dat doe je domweg never
nooit of nimmer niet
 

Levensstroom
Stromend door je lichaam.....
"loopt" niet alleen die ene bloedbaan
je aorta, je lichaams-slag-ader
maar er kan meer zijn.... 

Stromend door je lichaam...
"loopt niet alleen die ene bloedbaan
samen met je spieren
zet het je lichaamsdelen aan tot gaan...
 
Stromend door je lichaam...
"loopt" niet alleen die ene bloedbaan
 je hebt je mentale kracht
zo zet je a.h.w. je psychische motor aan...
 
Stromend door je lichaam
"loopt" er nog een belangrijke " loop"baan
het is de weg die jij kunt kiezen om te gaan..
Het is je "spirit" je enthousiasme, je gedrevenheid 
 
Deze levenslust is nodig en zou eigenlijk bovenaan dienen te staan
Dan krijg je in volgorde: het spirituele, het psychische,
het fysieke en tot slot het materiele niveau.
 
Ja,  die stroom, die energie
is echt niet overbodig...
Je hebt het nodig
 
Het is je Levens-energie
 
Je Levensstroom

 

Stroom (24)

klik deze link

 

Bouwval

Ik sluit mij af, dit is mijn tuin
een stapel tegels en wit zand
en slecht gestapeld langs de kant
wat afvalhout en kelderpuin

toch fonkelt in mijn hoofd de zon
en wordt de toekomst hier geplant
in een perceeltje langs de rand
omringd door brokstukken beton

een zaadje hoop, dat in de stroom
van mijn gedachten wortel schiet
tussen het klussen en karweien

ik sluit de ogen en ik droom
een plaats waar ik intens geniet
en waar ik alles laat betijen.

 

Windmills of your mind

Herfststorm stuurt regen naar Ter Schorre
Plat dak, begroeid met mos, veranderd in een kolk,
Waar water en gedachten in cirkels zich bewegen
Windkracht acht en zuigkracht van de geest…
Als ik hier zit, gekluisterd tussen muren
Laat mij hier achter, geef tenminste zicht
Op verre overkant, op lucht, op schepen,
Tableau-vivant, voor anders niet bewegend.

 

Noordeloos

Duizend en één gedachten
wanneer ik in je ogen kijk
Ontelbaar veel gevoelens
voeren stilletjes in je ziel
een ongekende strijd

Eindeloos lijk je te zwerven
zonder einde, zonder begin
Eindeloos lijk je te zoeken
naar je stroom, je gevoel
je levenszin

Maar de stroom voert langs je wangen
noordeloos en vol verdriet
Ik steel je lippen, kus je tranen
Stil nou maar
het geeft me niet 

Je geeft je aan me over
en zie gedachten, beloftes bedaren
De monding van woorden en letters
in een stroom van rust
tot enkel klanken vervagen

Duizend en één gedachten
wanneer ik in je ogen kijk
Oneindig veel leven
zie ik blinken in je iris
Eindelijk bevrijd

 

 

Stroom, neem me mee door het water

Wildwater van zwembaden sleurt je mee
In vroegere tijden wist men niet dat het bestond 

Rivieren met boten met stoom
Meegesleurd worden door een rivier
Je wordt heel bang, weet niet meer
dat je in een rivier zwemt
Je vriend helpt je

Het is mooi geweest
Ik was blij dat hij me gered heeft,
want anders was ik niet meer op de wereld

 

Ik ga naar huis

Treinen rijden rond op elektrische stroom
Mensen zijn loom van de warmte
Stoomtreinen reden ooit op hete kolen
Nieuwe treinen komen met elektriciteit
aangereden
in alle stations waar er stroom is
Daar stappen mensen op en af
Soms, als de stroom uitvalt,
blijven de treinen staan
De stroom gaat weer aan
De treinen zitten op het goede spoor
Ik ben er nu vandoor!

Veilig thuis aangekomen
Het eten staat al klaar

 

Paul

De boot is gezonken in het stromend water van Lissewege
Een moeder weende
Een vader is wellicht gestorven
Kinderen bleven achter
Stroomversnelling, verandert met de wind mee

We speelden met Paul, Trui en Marianne
Met z’n allen op de wipplank
Paul Van Boven en Daniël Beneden

 

Tramstroom

De tram reed naar de Vosseslag
Hij zat bomvol
Twee trams kruisten elkaar
(in Wenduine stond er minder volk te wachten)
De stroom viel uit
Mensen stapten uit
Na een uur was de panne herstelt
Ik kwam weer aan in De Haan
Aan de watertoren

 

strompelende oompjes

je proeft van zout en pepermunt
als van het zoete leven 

eerst ontplooit zich op je tong iets
als een bescheiden vorm
van heldenmoed

dan proef je de verstilde, zilte
smaken van de vergetelheid

je dorp met lichtblauwe huizen
oogt niet fris noch vergankelijk

de rotte vuurtoren naast je moestuintje
ziet en zegt het ook allemaal:
“alle leven vloeit onverbiddelijk
naar zee”

maar deze zee is oeverloos
zo ben jij ook

je strompelt verder en verder, geruisloos
langs de waterkant van wat ooit
afwisselend zoet en zout smaakte 

stomme, ouwe koppigaard die ik ben…

 

"Stroom, je droom..."
 
Licht, geluid, sfeer en gezelligheid,
stroom geeft je vandaag die kostbare tijd.
De tijd van warmte, muziek, een veilig gevoel,
die kilometers kabel die lopen voor een groter doel.
Het doel van éénheid, gebonden onder en boven de grond,
als een stroom van water die al voor de mens bestond.
Voel het elke dag, geloof in de kring van stroom,
en geniet van die duurzame wonderbare droom.
Droom van stroom, stroom je droom ...
 
  

 

Tranenstroom

Stil maar lief kind
voel de warmte van mijn huid
het zachte bonzen van mijn hart
de hand die je hoofd streelt

Toe maar lief kind
vecht niet tegen tranen
laat ze stromen op mijn schouder
en landen op mijn rug

Kom maar lief kind
smoor je kreten niet
laat ze rustig gaan
mama is bij je

 

Stroom van woede

Diepgewortelde onebeschaafdheid overspoelt
de smetloze blanke stranden van mijn voorheen ongenaakbare gemoed.
Vermengd met vulkanische barsten van vertwijfeld hartstochtelijk verlangen
muteert mijn vertrouwen tot een nietsonzienende woeste razernij
zodat ik wordt wat ik veracht.

Stroom (23)

 

Elke morgen steek ik keurig twee vingers in het stopcontact.
Dan staat mijn haar mooi strak en stijl,
Mijn bloed stroomt stevig door mijn aderen
En ik ben voor die dag weer op peil.

Oké, wat elektrisch geladen en kortsluiting ligt op de loer,
Maar ik ben alert, adrem en creatief,
En dat is wat telt, heden te dage,
Weg met dat geouwehoer!! 

Als de dag dan bijna om is
En het voltage stevig daalt,
Kijk ik met doffe ogen
En ben blij, dat ik het toch weer heb gehaald.

Wie doet me na???
Zo vol met tweehonderdtwintig volt?
Want je moet wel bij de les blijven
En zorgen dat je jezelf niet voorbij holt.

 

Stroomstoring

7 jaar is hij nog maar, en brak
Olympische records al met gemak 

Met Mario en Sonic als zijn maten
houdt hij de Galaxy’s in de gaten

Slechts zijn controller heeft hij nodig
speelgoed is verder overbodig

Dag en nacht
zou hij liefst spelen
Gamen gaat hem
nooit vervelen

Toen - zonder waarschuwing vooraf
ging opeens de stroom er af

En het gebrek aan elektriciteit
stopte per direct de strijd…

Staren naar het zwarte scherm
ging hem al snel vervelen
Zodat hij voor die éne keer
maar buiten is gaan spelen…

 

Stormschade                                                                                                   

Monden die kolkend
woorden uitbraken
zinnen vormend, flonkerend
van liefde met een
onderstroom aan haat raken.

Onwillige oren
die niet willen verstaan
Handen die afwerend afsluiten
Wensend transliteratie te ondergaan
en wat ze wíllen denken alleen nog horen

Als een ziedende rivier
ejaculerend in de zee van emotie
die in zijn stroom alles meevoert
zonder onderscheid; huis, mens en dier
zich stort in hoge golven met veel commotie.

Later, op een spiegelglad oppervlak
strijkt een zeilschip haar zeilen
wachtend op een zuchtje wind.
Op de kust de jutter vindt
Een mast, die tijdens de storm afbrak.

 

Café Hotsy Totsy, Gent

De riolen zuigen
het slijk dat ze hier spuiten,
het walstuurlui-gezang.

Het hoge woord zinkt weg in de stront,
en het lijk van de stad
stinkt en lijkt
hen te verspelen met liefdes
die
hun geleden leven vullen,
hun verschenen woorden brullen,
en ze zullen, ja,
ooit zullen ze …

 Het zwarte slijk dat ze spuiten
spoelt schuin in de riolen
en woelt
zoals schuld en spijt botsen en schuimen
in hun vale glazen bier.

Stroom (22) 

Stroomde uit de buik van mijn moeder in 1944,het leven stroomde in me,de oorlog stroomde door ons land!!

Mijn wieg werd bestormd door een V1,mam was doodsbenauwd,dat ik door de stroom der evenementen werd weggesleurd!!
Zo stromenwe opwaarts,als we kunnen,dikwijls worden we de stroom afgestuurd!!
We overleven vaak toch wel!!
In Zeeland stroomde het land behoorlijk onder in 1953 ,velen werden meegestroomd,mensen,kinderen,babies,dieren,huisdieren,alles wat ons lief is en was!!
We hebben stroom nodig in ons leven,ook al gaar het stroomafwaarts!
We blijven positief en willen dat ons lieve land weer snel STROOM opwaarts gaat!!
WE KUNNEN NIET ZONDER STROOM!!!!!

 

Stroom te samen
 
Stroom, ontstaan door kracht,
het kolkt, zorgt voor warmte en licht.
Stroom, daar waar je 't niet verwacht
en niet altijd in evenwicht.
 
De Scheldestroom schiet Doel voorbij,
leegstand, achtergelaten herinnering,
tranen stromen weg in de zwarte klei
en daar bovenop, de ontpoldering.
 
Stilte, bij het liggen van de wind,
het verdwijnen van de oriëntatie.
Ons land zo bemind,
woordenstroom en penseelstreken, kunstenaars vinden er inspiratie.
 
Gevoelens stromen door ons lichaam,
worstelen en bovenkomen, vecht als je kunt.
Houden we een grens, of doen we het saam?
Stroom te samen, de kracht naar elk lichtpunt

 

alles stroomt (2)

glas zeeft licht
eeuwen verpulveren beton
water slijpt een grot uit rots
roest is de bloei van het schroot
vuur likt aan de zolen van de heks
wind wekt golven uit de zeespiegel
rubber is het witte bloed van een boom
pek vormt in een trechter om de 8 jaar 1 druppel
lava is de gloeiende stroop die uiteindelijk weer stolt
tandwiel en slinger en wijzer meten de tijd die glijdt
de gletsjer schuift een dikke, trage tong naar het dal
in zand ontdek ik granietgruis en koraalsplinters
stuifmeel ontsnapt aan de draad van de bloem

maar toen ik toevallig jouw hand vond
die daar zomaar open, bijna wenkend, op het linnen lag
bevroor alles rondom mij, ongeveer een glimlach lang

                                                                Onrealitisch 

Ik voel me als een bedenking.
Zelfs een lichtgolfje in deze eindeloze
duisternis
zou me niet kunnen aanraken
zonder voelen.
Volg, en stroom met me mee.

Ik voel me vol
ledig leeg.
Zo onrealistisch, maar scherp.
Als in mijn eigen fantasiewereld
ingedommeld,
zo beleef ik deze stroomversnelling.

Ik voel de miserie
die die grollige tovenaar
laat kleven aan de waarheid.
Want deze wereld van rottigheid
laat sporen na.
Laat stromen na.

Dit is allemaal onzin.

“Onzin” die ooit
werkelijkheid

 

STROOM (21)

Schepping
Is stroom
Geen stroom
Geen leven

Eindigt het leven
Vaststaand gegeven
Dan keert het vlug
Naar de oorsprong terug

De stroom voedt
Genen en hormonen
Goed of slecht
Steeds een gevecht

De stroomoorsprong
Oneindig ver
Maar ook dichtbij
Voor jou en mij.

 

Stroom (20)

Voor mijn kussen
mijn hoofd schudt,
sluit ik mijn ogen
Ga ik tegen de stroom
mijn gedachten in

Vaar ik tussen
Dons en deken
Fantasie door

De ene kant wil jij,
andere mij bereiken

maar in de genen en gedachten
tussen eb en vloed
ben ik bloot
voor moed

tussen dons en deken
over stroom
en over beken

Wordt mijn stroom
Enkel door liefde gegrepen.

 

 

Stroom (19)

ik-stroom

jij-stroom

stromen over

en vloeien samen

stormen doorstaand

rustig kabbelend

om eindelijk diepgerimpeld

rimpelloos

in volle zee uit te monden.

 

STROOM (18) 

Madammeke zou je de

stroom van de stopcontacten in

de bijkeuken willen uitschakelen

vroeg de technieker beleefd.

Hoe stroom, wat stroom

vroeg mijn meetje onzeker ?

            Ach ja zei ze na enige

aarzeling ik versta het al.

            Je wilt zeggen den

elektriek van de priezen in ’t waskot

uittrekken.

            Juist zei de brave man

dat bedoel ik.

            Een week later werd zijn

asse uitgestrooid en stroomafwaarts

meegevoerd richting zee waar de

windmolens de stroomtoevoer op

peil proberen te houden.

 

Vanzelfsprekend………stroom ….. gewoon ??

t’Is iets wat je niet proeft of ruikt, t’is iets wat je ontzettend veel gebruikt.

T’Is iets  wat je voelt en ziet, prikkels, warmte, kou, mensen, water, lucht, verdriet.

Wakker worden zonder stroom, lijkt zo gewoon,

Gordijnen schuif ik open, zonder  stroom, gewoon,

Gelukkig heb ik een houtkachel, lucifers, kaarsen, water en gas,

Een voorraadkast gevuld en ook een dikke jas.

Alles wat zonder stroom is, heeft  geen glans, geen licht, gaat niet meer open,

gaat niet meer dicht.

Alles in onze maatschappij draait om stroom, we vinden het allemaal heel gewoon,

In vele landen is dit slechts een droom, … stroom.

Een stroom van mensen, de stroming van de zee en lucht,

Het is niet tastbaar wel nodig.

Zonder dit alles is het eenzaam en stil, stroming van alles dat is wat ieder wil.

Een  glimlach een droom voor iedereen op heel de wereld, wens ik voor alle mensen,

Het gebruik en de kracht van gewoon………stroom.

 

Zeeuwse Zee 

Wat voor bijzonders heeft de Zeeuwse zee,

die komt en gaat; ebt en vloedt;

sleept in golven lege overvloed

kleine krabben, schele schelpen met zich mee?

 

Wat voor bijzonders heeft de Zeeuwse zee,

die mensen van elkaar scheidt,

en toch weer in elkaars armen drijft,

ondergronds of vliegend met de vogels mee?

 

In mijn Zeeland vervloeit,

door eeuwen stormende strijd vermoeid,

de Schelde, onwillig kronkelend in de zee.

 

In mijn Zeeland poldert de zee en meandert

tot er uiteindelijk niets verandert.

Eeuwig blijft de zee, de zee, de zee..

 

Waterlanders

Gedachtespinsels drogen op

vloeien uit tot bron van tranen

 

de dood besterft zich tot stroomdiagram

alles berust in visie

 

Een vloedstroom ontspringt

verwerkt zijn impressie

van bedding tot vaarwater

 

de tolk van de vertaler leest een gedachte

schrijft hem verder uit, om eenzaamheid

in zo veel woorden te bestrijden

 

Ik hoor de lokroep van een huiler

ontelbare keren speelt de zandplaat

zich voor zijn ogen af

 

we zwemmen hier ineen de nacht door

tot we in het licht zullen opgaan.

 

Stroom (17)

Ik heb twee ogen en kijk
Vanaf één punt de kamer in
En dat zal zo blijven
Dit is mijn plek, jij je zin 

Ik kan er niets tegen doen
Alles wordt voor mij gedaan
Ik word slecht onderhouden
Ben niet belangrijk, heb afgedaan 

Maar wat zou er gebeuren
Als ik er niet meer zou zijn?
Zou je een kaars branden
Voor mijn pijn? 

Vast niet, je ziet niet
Wat ik allemaal voor je doe
Ik geef je energie
En jij maakt me moe 

Toch voel ik me nog steeds verbonden
En zal je alles blijven geven
Want zonder mijn stroom
Kun jij niet leven 

Het stopcontact

 

“Stroom” (16) 

Je ziet het niet, maar wel te voelen

Soms gebruikt in heel speciale stoelen

Eerst ontlading uit atoom

Met één druk op de knop, zit je onder stroom.!

Die stoot die overleef je niet

Is het daarom dat je het niet ziet?

 

STROOM (15)

bij dag en avondgrauw

bij nacht en ochtendgloren

stroomt de stroom

onophoudelijk voert hij voort

begrensd baant de stroom zich een weg

langs heuvels en bergen

hij stroomt door dorpen en steden

door velden en bossen

de stroom stroomt onophoudelijk

dag en nacht

tot hij zijn doel bereikt

  

STROOM (14)
mijn voetstappen in het zand
blijven niet lang bestaan
samen met het zeewier en de schelpen
zee neem ze mee

mijn gedachten zijn verwarrend
ik raak ze niet kwijt
ze overheersen het alles
zee neem ze mee

mijn tranen vullen mijn hart
gedreven door de westenwind
zee neem ze mee
met de stroom mee.

Stroom (13)

Een stroom van tranen rolde over mijn wangen.
Toen ik mijn eerste kindje in mijn armen mocht ontvangen.
Een stroom van blijdschap verwarmde mijn hart.
Toen ik hem zijn eerste flesje gaf.
Algauw werd hij een peuter.
En bazelde een stroom van onverstaanbaar geleuter.
Deze serenades lieten mij nooit onbewogen.
En klonken mij als muziek in de oren.
Een stroom innerlijk geluk kwam dan over me heen.
En ik dacht bij mezelf.
Kleine spruit hopelijk ben je niet te lang alleen.
Toen is alles in een stroomversnelling gekomen.
Mijn wens vervuld uit mijn stoutste dromen.
Gelukkig zijn er nog een broertje en een zusje bijgekomen.

 

            Rivier

Rivier was nooit méér vrouwelijk dan toen,
ze toonde trots haar grillen en haar listen
in draaikolk en in waterstand, beet hongerige
happen uit het lage land vol winter.

De mensen op de dijken beefden van ontzag,
legden  hun vrees en vragen samen als een dam
tegen de hoogmoed  en de woede van de stroom,
het daverde van ingehouden woorden.

Dit was het landschap van een etmaal later:
het plotse medelijden van de wind, het opgeluchte
vrije ademhalen, het uitgelaten spraakzame gesprek,
de eerste regels van een moedig nieuw verhaal.  

En weer tuimelen roekeloze wolken in het water,
kleurt de rivier de hemel plaatstaalblauw, broeit
opgehoopte passie onderhuids, weet zij met
zekerheid ons vroeg of laat te vinden.

 

Stroom (12)

Geprikkeld door de lentezon.
Een stroom van mensen wandelt in het bos.
Op paden van groen en zacht mos.
Tussen bloeiende hyacinten in witte en blauwe tinten.
Ontluikende bomen om hen heen.
Een stroom van leven was op de been. 

Een stroom van mensen wandelt in het bos.
De natuur is in stroomversnelling afgenomen.
De bladeren op de bomen hebben bija hun taak volbracht.
Nog een laatste keer zullen ze pronken.
En kunnen we naar hun prachtige herfstkleur lonken. 

Een stroom van mensen wandelt in het bos.
Op paden van vertrappeld en verdord mos.
De bomen en planten zijn o zo moe.
En dringend aan rusten toe.
Nu kunnen zij de ganse winter slapen.
En in de lente terug ontwaken.

 

                                        De  stroom (11)

                                 Als uit het niets in hoge bergen

                                uit wolk en smeltend ijs ontstaan

                                glijdt de rivier ras naar beneden,

                                glinstert onder heldere maan.

 

                                Speelziek springt ze van de rotsen

                                stroomt binnen in het nevelig dal

                                met kalme vloed door rijke beemden

                                na 't razen van  de waterval.

 

                                Statig schrijdt ze door de velden

                                langs dichte bossen dennenhout,

                                weerspiegelt de azuren luchten

                                gevat in een boeket van goud.

 

                                Nader komen blijde klanken

                                groeien uit tot feestgeschal,

                                wemeling van kleur en dansen,

                                roepen , zingen  overal.

 

                                En verder weg op d' andere oever

                                trekt een stoet in rouw voorbij,

                                familie volgt de dodenwagen

                                zwijgzaam in een lange rij.

 

                                Zo vliedt de milde stroom steeds verder

                                gedreven tussen vreugd' en pijn,

                                nu eens door de nacht in stilte

                                dan muziek en zonneschijn.

 

                                Steeds breder wordt de stroom en trager,

                                veel herinneringen drijven mee,

                                tot hij zacht wordt opgenomen

                                in d' eindeloosheid van de zee.

 

Gedachtestroom

De hele wereld stroomt onder de brug door.
Terwijl ik toekijk,
flitsen duizenden beelden mij door het hoofd. 

Geduldig voert het water
in dromen verzonken
alle gedachten mee naar zee. 

Wat ik daarnet nog dacht, glijdt langzaam
onder de knoestige ogen
van oeverbomen voorbij.

Dank o oever, dank zij u
meanderen mijn gedachten
ginds niet uit de bocht
en komen ze veilig en ongeschonden aan
bij de machtige monding van de stroom,
waar ieder die het wil, ze open en bloot
ongecensureerd kan lezen. 

Gelukkig  ben ik intussen
veranderd van gedachte. 

 

Aan de stroom.

Zondag in de stad.
Eenzaam door het venster staren.
Mistslierten over ’t water
en in mijn hart. 

Treinen denderen in de verte.
Torenklokken plagen mij met hun geluid.
Gedachten smaken naar heimwee.

Ik wil dorpen doortrekken,
stromen opvaren,
roepen in het naderende donker.

Maar ik sta hier voor het venster.
Alléén de stoel verstoort de stilte
naast de verwelkte bloemen
in het brakke water.

 

Levend Leven
En ineens, ineens is het daar weer
dat diepe vreemde geluksgevoel
vanuit het niets
omhoog borrelend naar mijn borst

Levensenergie stuwt zich een weg naar boven,
zet mijn hart in vuur en vlam
als en heldere straal zonneschijn
en mijn hart trilt, trilt van liefde

Alles wat daarnet nog zo belangrijk leek is onbelangrijk geworden
en alles wat daarnet nog onbelangrijk leek is belangrijk geworden.

De zon in mijn hart,
de regen die buiten tegen de ramen klettert
samen vormen ze de regenboog
van het Leven
dat mij wenkt
er aan deel te nemen

Ik loop naar buiten
de nattigheid in
en strek mijn armen verlangend uit
omhoog naar de hemel...

en ik word nat
doornat
kletsnat
zeiknat
want het regent
ja het regent,
maar ik glimlach
want het regent
ja het regent
bloemen.

DE STROOM. (10)

De stroom gaat voort vanuit de bron

en schenkt haar vruchtbaarheid aan het al

haar vlieden geleidt door maan en zon

zal gaan tot aan de wal.

Het water zoals het is ontstaan

haar kracht aan ons gegeven

geeft voeding aan het bestaan.

en maakt het mogelijk te leven.

Zo stroomt zij door de tijd

van eeuwen her naar eeuwen ver

opdat wat leeft gedijt

stromend van her naar der.

 

CENTRALE PANNE

Tot waar kan ik de striemen volgen
golvend op je onderbuik? 

En hoe zou ik het stromen stoppen
van de woorden in mijn hoofd
die jouw op hol geslagen slaven sussen
die stomend aan de riemen trekken? 

Je douchet in alle kleuren van de maan
en vaart al jaren onder stroom
nu onderbreekt mijn hart
zijn slagen van de zweep 

ik zeep me in en was mijn mond
ik wissel af en toe gelijk met ongelijk 

verwacht nu niet dat ik de stekker uit zal trekken! 

 

De boot is weg

Een vloek zacht als een veertje
waait weg in de wind
zet de hersens op stelten
een strontwereld stort in de duivelskloof 

Wie doet nu zoiets?
Een vuistinslag die meedrijft
met het geluk van de zee
een donker zwart gat
als een aardkorst van de hel 

Hoe moet je waterskiën op het zand
benjispringen van de dikke kabels?
Welk geluid maakt een duikboot
een ruimtetuig dat de lucht in knalt als een kogel? 

Het cruiseschip van de prins van Monaco lacht

 

De stroom (9)

(1-11-2011) 

De stroom vangt aan
met een knipoog van de zon.
De stroom gaat van binnen naar buiten
als een draaikolk door een driehoek,
een illusie waar ik me niet aan onttrekken kan. 

De stroom klimt driftig als een draak,
kronkelt als een rivier,
en de wereld dobbert, tolt om haar as.
Straks kantelt deze kaarsrechte lijn,
omhult door lome ziel,
mee als een onthechte mossel,
mee, mee, mee met de stroom. 

Al mijn levens was ik in jou… 

De stroom verschuift de zandplaat,
bodem van hulpeloosheid.
Het spel van de doodstille maan wint
spetters van stimulerende hersengolven,
vrolijke druppels
op jouw slapende huid.

 

Stroom (8)

Alles gaat voorbij

Zoals de regen het zand verdrijft

De wind de bui verdampt

 

Mijn liefde verbrandt in de zon

Laat het regenen in de stromen

En volg me op mijn weg

 

Zo snel ik naar je toe

Ik wieg al heen en weer

En de stroom valt in het water

 

De Schelde

De mist die uit het water opkomt
Laat stad en land zo grijs en dom
Het water breekt op hoge dijken
De najaarsdag is stil en stom 

Het kleine strand is koud en leeg
Op grote slierten zeewier na
Wat schelpen en wat groenig afval
Verrotting - waarheen ik ook ga 

Het steile stenen pad naar boven
De dijk massief - water beneden
Het land dat zich laag en ver uitstrekt
En ik - ik ben nu moegestreden 

Voorzichtig loop ik door het natte gras
En mijd vergeefs de hondepoep
Het water loodzwaar rollend naar de kust
En uit de mist een meeuwenroep 

Ik zie de toppen van de golven
Zich storten op de grijze steen
Terwijl weer nieuwe golven zich te pletter storten
Zie ik berustend om mij heen 

Geen schip dat nu dit beeld verbreekt
Want alles is zoals het zijn moet
En zo dit leven is geweest
Zo kort en eenzaam, is het goed 

De lichten gloeien in de verte
Het leven dat mij buitensluit
En ik - die vroeger heb gevochten
Loop langzaam terug - mijzelf vooruit 

 

Stuifmeel

Het begon gewoon
als een mooi verhaal.
Insecten gingen met de zoetigheid
van de bloemen aan de haal. 

Het gele poeder rook naar leven en honing,
naar belofte en noodzakelijke vruchtbaarheid.
Maar toen werd langdurige droogte koning.
Onderduiken in het gortige zand
was de enige werkelijkheid. 

Dit is niet het einde van een droom
want goudgele pollen bewaren
hun levenskracht met schroom.
Eens brengen wind en wolken de zegen:
een bloementapijt is de penseeltrek van de regen.

 

STROOM, (7)

          ONEINDIGE STROOM,

          STROOM VAN LEVEN,

          LEVENDE STROOM,

          FLITSENDE STROOM,

          DODELIJKE STROOM,

          ONMISBARE STROOM,

          GEEN LEVEN ZONDER STROOM.

STROOM…………..

 

“Stroom” (6)

Turend over ’t vlakke water
Dwalen mijn gedachten af
Over vroeger, over later
Van de wieg tot aan het graf. 

Turend over ’t golvend water
Ga ik in gedachten mee
En al komen tranen later
Geld verdienen, ook op zee 

Turend over ’t stromend water
Komt een wrakstuk naar me toe
Denken krijgt dan een optater
Is een schip vergaan? En hoe? 

Turend over ’t woeste water
Door de wind hoog opgezweept
Word ik plots een water hater
Aan dat leed, ons opgescheept. 

Turend naar onstuimig water
Vallend uit de waterval
En dan denk ik slechts aan later
Dat het eeuwig duren zal. 

Wat te denken van dat vele water!
Is zijn “Stroom” wel recht, of dan wel krom
Je gedachten slaan geen flater
Als je terug denkt aan de bron.

           

        Liefdesstroom,

De liefdesstroom,
Dat niet alleen leeft in mijn droom,
Maar mijn leven binnen stroomt,
Door de zon dat doet groeien,
En met liefde alles bloeien,
Om ons  te voeden,
En voor honger te behoeden, 

De liefdesstroom,
Dat blijft komen met de windt,
En  mijn hart steeds bemint,
Waar liefde haar weg vindt,
Soms overspoeld door de regen,
Ons brengen een zegen,
Waar goede daden stromen,
En vreugde blijft komen, 

De liefdesstroom,
Dat is geworteld als een boom,
In mijn ziel waar liefde woont,
En mij steeds beloond,
Met gedachten die komen,
Om niet van te schromen, 

De liefdesstroom,
Is als een regenstroom,
Dat verbindt hemel met aarde,
Waar de liefde zich openbaarde,
En de mens het evenaarde,
Om te leven op aarde,

 

Stroom kracht macht macht kracht

Zilveren band doorkruist het land tussen berghellingen en vlaktes

Vibrerend lint stromende rivier je maakt grote sier

Ruisend vibrerend jouw kracht en macht

 

Gelijk een reptiel spring je op in de hoogte jouw kop

Sissend verslindend al wat komt op jouw pad

Verwoestend de toon

 

Doch de mens denkt en jij schenkt

Jouw stroom bundelende macht  kracht

Geleidt naar raderen schoepvormige waaiers

Opwekkende zilveren band jouw stroom uitwaaierend in het land

 

                        STROOM   KRACHTMACHT 

 

Stroom (5)

Schuim, ruis, donder, kletter

Stroom, zeg ik je, verdomme, stroom!

Neerwaarts, diepte, maar van hoogte

Zwel aan, vloei, kabbel kwaadaardig

Nietsontziend, rusteloos schurend over

De bodem sleurend en slurpend aan puin

Dat de tijd vergaarde

Stilstaan

Ga je stinken

Verteren, wegteren, vegeteren, onteren

Stroom, zeg ik je verdomme, stroom!

Lik je oevers

Schurk je dalen

Stijg, dij uit

Eb je niet?

Eb je niet?

Heb je me niet gehoord?

Stroom, verdomme, stroom!

  

DIE STROOM VAN DIE GETYE.

1]  Mooi is die herfs, met sy kleuryke blare wat val, onder my voete dit is die mooiste en meest ingewikkelde tapyt. Groen, geel. Bruin, rooi en oranje. Door geen mense hande gemaak , so mooi, !so mooi!.

2]  Ook die winter, die heldere suiwer wit sneeu , wat kraak onder my voete. Die  heilige stilte vroeg in die oggend. Die lug silver, grys en rustig, die bome nakend, beeld skoon en swygend in al hun glorie. En dan kom daar....’n sagte stroom van die mooiste symphonie, die bome en die takke begin hun dans van aanbidding vir die skoonheid en hulle liefde vir die heel al. En ons as mens voel so klein en so nietig soos spoke in die wind.

3]  Nou is dit lente, vars skoon , vol hoop, vir die praftige aarde, en vir die mens ‘n belofte geniet!! Word nog eens jonk en kyk met nuwe oe, hoe volmaak, die nuwe blaartjies  en groen. Vars is die lug, Ons loop met ‘n ligter tred, daar is weer eens hoop. 

4]  Die heerlike somer volg, pragtige geure van blomme en bome, die voeltjies fluit en sing.die bye werk, en ook so die mens in die somer van ons lewe. Ons geniet van die geneesende son. Daar is weer nuwe hoop vir oud en jonk. Dankbaar mag ons dit aan skou en nog meemaak. 

Alles stroomt (1)

Alles stroomt.
Water stroomt.
Over bergen, valleien, door dalen en bossen.
Het geeft leven aan velen, doch neemt het soms weg. 

Alles stroomt. 

Mensen stromen.
Over rivieren van asfalt door een woud van steen.
Altijd op weg naar een onbekend doel. 

Alles stroomt. 

Energie stroomt.
Sinds haar geboorte is zij in beweging.
En brengt het verandering aan wat was, is en komen zal. 

We zijn als vissen die zwemmen in de oceaan.
Door water omgeven, door water gedreven.
Statisch bestaat niet, want alles verandert.
Alles vernieuwt en alles sterft af.
Wie ik nu ben bestaat alleen nu.
Anders dan gister, anders dan morgen. 

Alles stroomt 

Alles… leeft.                        

                     Stroom (4)

Gevangen in de stroom, waar gaan we toch naar toe.

Omringd door al die golven we worden dat zo moe.

We leveren een strijd maar weten niet meer waar we zijn,

de stroom die ons leven vorm geeft als een misleidend refrein.

 

Gevangen in de stroom, haastig en gestuurd.

Maar niemand die echt weet hoelang de treinrit duurt.

Te haastig om naar buiten te kijken, om stil te staan bij de schoonheid om ons heen.

Toch stappen we elke dag terug op, toch zijn we steeds terug op de been.

Steeds weer die prestaties, steeds weer dat bewijzen.

Maar wat we ook doen, we vallen naast de prijzen.

 

Gevangen in de stroom, we zijn dat zo gewoon.

Het vechten voor waardering het werken voor ons loon.

Wanneer is het genoeg, wanneer zijn we voldaan?

Wanneer leren we zwemmen, en gaan we ‘echt’ bestaan.

 

           Kerend getij:

Stroom van hectisch bestaan
uniek, onomkeerbaar, woelig kolkend
ontsluierde passie, waterval van kleur
klankrijke schoonheid harmonie tussen eb en vloed
instinctief, eigenzinnig tomeloos machtig
als woeste golven, brekend krachtig
mysterisch wonder betoverend vreemd
schuimend zilte zee die geeft en ontneemt
als leven en dood een dynamisch getij
voor eeuwig gevangen, grenzeloos vrij

 

S T R O O M (3)

Donkere dalen -- duistere diepte
woeste wolken ontwaken
Bonkige bomen -- spichtige spinnen
takken , die continu kraken 

Krioelende kruipers -- het woelige water
probeert een uitweg te vinden
Stralende sterren -- striemende stromen
de moed om de strijd aan te binden 

`t Zilte zand -- de breekbare bossen
de zon komt op en gaat onder
Omarm de natuur -- geniet van elkaar
en nog meer van dit tijdloze wonder
 

Stroom (2)

in mijn droom

is er een stroom

waarin ik

word meegevoerd

naar koel en helder water

 

in een droom is dat gewoon

er kan je van alles overkomen

ik zie vlakten dor en droog

bergen rotsen hemelhoog

en kinderen die spelen

 

ik zie ook oorlog en geweld

en uitgerekend op dat moment

verdwijn in een mangrove

 

daar ligt een grote krokodil

die bijt feneinig in mijn bil

ik word wakker met een gil

 

dan hoor ik water stromen

van de kraan

die ik open heb laten staan

 

opgelucht het is maar een droom

onderbreek ik deze stroom

van koel en helder water

 

met elke golf

spoelt ze aan
beetje bij beetje
schipbreuk geleden
op een te ver verleden
weggegleden 

naar oppervlakkige
dieptes
oneindige chaos
weggeslingerd
en uiteen gereten 

uit wrakhout
opgebouwd
door de kinderhand 

een zandkasteel
rijk en groots 

tot ze wegspoelt

 

 

Arabische lente

Collectieve gedachten

ontketenen krachten

twitterend de wereld rond

 

Arabische lente

ontluikend bewustzijn

ontsteekt de lont

 

Gedachtenstromen

eerst revolutie

dán evolutie

 

Dictatuur verdwijnt

geraakt uitgedeind

en alles wordt democratie

 

't IJ

   Het Ruime Sop wil ik zijn

de Wind over mijn wateren Scherend

  als Bliksemschichten mij aanraken

vloei ik de stroom

in alle Ionen en smelt

de lichamen die in me hullen

tot nieuwe zijnsvorm

  en dat steeds weer

  iedere tel

  elke fractie van een seconde

ben ik Nieuw

  ik  't IJ

  de Stroom van Amsterdam

 

Stroom (1)      

Buiten het dorp

staan ze in

formatie

En hij die er al eeuwen

woont

En van wie in Hoofdplaat wordt

verteld dat hij ze ziet vliegen

gaat er steeds heen

 

Ze staan in het gareel

op hem te wachten

En onder het geluid van het klappen in de wind

is wat hij vindt

aan hun voeten

de dode vogels

 

Achter zijn huis legt hij ze in een rij

voor de eeuwigheid

tot in Hoofdplaat wordt verteld

dat de vogel is gevlogen

 

Vloeibare aarde

Wijzer door de tocht

langs het strijklicht in de struiken

geeft de jonge stroom zich over

aan de luwte van het vlakke kleiland.

Omzichtig glijdend ritst hij

zijn golven vast aan

de kaalgevreten oever

en vlijt zich neer onder

een verdronken nevelbank.

 

Het land bevat hem anders.

Schichtige ribbels mosterdgele aarde

schoffelen ongrijpbaar

vloeiend tussen ruigten

fluitenkruid en wilgenpluis.

Terwijl de schaduw de bomen draagt

staat het water stil

als een foto van zichzelf.

 

Dan likt zijn gezwollen tong

richting stadse naarstigheid,

waar geen stroom de tijd heeft

om tijd te verdoen.

--------------------------------------------------------

Inzenders (in alfabetische volgorde):

 
V. Amel 
A. Baart
L.A. Baart-Colpaart
E. Baeten
M. Bakeberg
C. Beijst
A. Biesbroeck - van Denderen
L. Bina de Blaeij
S. Blonk
M. Bouchier
A. Bruinooge
H. van den Bosch
M. Costers- de Jong
T. Damen
M.J. Dankaart
B. Deben 
E. Deij
H. Deleu
K. Delodder
S. De Meulenaere
V. Dessein
P. De Vos
N. Dieleman
L. Egberts
D. S. Fintelman
A. van der Geld-Visker
F. Gevaert
J. Gevaert
M. Goossens
B. Groosman
C. Guirlande
I. Haalboom
A. Hermano
K. Heylen
F. Jenner
S. Jethoe 
P. van de Kerk
S. van Maaren
F. Maesen
V. Mertens
H. Middelburg
I. Migom
C. Mille
M. Murre
G. Nijs
S. Oppeneer
E. Pladdet
G. Pluijm
Randell
R. Schelfhout
A. Schipper
C. de Smet
L. Tavernier
J. Tuerlinckx
W. Vandeleene
W. Vandendriessche
P. Van der Linden
C. Van der Sypt
M.-V. Van Hulle
W. Vanneste
G. Viaene
H. Verbeke
J. Verslyppe
A. Wesselius

Zeekspier 

aan Z | Markt 1 | 4571 BG Axel - NL | info@aan-z.eu | +31 (0)115 563015 | +32 (0)9 3443610